Onze sponsor feliciteert WVF met het 75-jarig jubileum
Nog
-2993
dagen
tot 75 jaar WVF
 
 
Oprichter Gerrit Eikenaar:

‘Dankzij tweedehands shirts werd blauwwit onze clubkleuren’




Vijf jongens in hun laatste basisschooljaar willen ook na die tijd toch graag met elkaar blijven voetballen. En dus richten ze een voetbalclub op. Zo ging het bijna 75 jaar geleden met vijf Westenholtenaren, weet Gerrit Eikenaar (87) anno 2011 nog heel goed. ‘Het was eigenlijk kinderwerk.’

‘We voetbalden in die tijd iedere dag op het grasveld naast de openbare school. Het was ons laatste jaar op de openbare lagere school en om te voorkomen dat we na die schooltijd niet meer met elkaar zouden voetballen hebben we op een middag de club opgericht: Quick geheten. Ik weet het nog goed: in een kleine twee uur werden de reglementen opgesteld\’, vertelt Eikenaar. ‘We wisten niet zo heel veel van voetbal, maar we wilden absoluut geen kluitjesvoetbal spelen. We hadden dan ook een echte opstelling gemaakt op een manier zoals in die tijd gebruikelijk was; met vijf voorhoedespelers, drie middenvelders, twee backs en een stopper/spil, zeg maar een vrije verdediger van nu.’

Tips over techniek
In die tijd was er nog geen televisie, een enkeling had een radio en men las de krant, dus echte voorbeelden hadden de Westenholtenaren niet. ‘Ik ging wel eens kijken bij ZAC. Zo heb ik Bep Bakhuys wel eens zien spelen. En we spaarden voetbalplaatjes van voetballers van die tijd, zoals Bakhuys, Caldenhove en Kick Smit. Het mooie was dat achter op die plaatjes tips over techniek en tactiek stonden. Ja, die tips hebben we wel eens in de praktijk gebruikt.’ Eikenaar weet ook nog goed hoe ze aan hun eerste tenues kwamen. ‘We konden voor een habbekrats shirts overnemen van een voetbalclub uit Dieze die net was opgeheven: blauwwitte shirts. Ik weet niet eens of veel mensen dit weten, maar dankzij deze tweedehands shirts heeft WVF nu nog steeds blauwwit als clubkleuren.’

Kinderwerk
Dat het de vijf jongens lukte om een club op te richten én om meerdere jongens warm te maken om lid te worden, mag bijzonder worden genoemd. “Niet alleen waren wij jong, maar het kwam ook niet veel voor. Wat dat betreft was het eigenlijk kinderwerk. Maar het was ook bijzonder, omdat het opzetten van een voetbalclub een aantal keren in de jaren daarvoor in Westenholte was geprobeerd, maar uiteindelijk niet was gelukt. Dankzij het doorzettingsvermogen van vooral Hendrik Jan Bloemers lukte het ons wel. Als hij er niet was geweest, had WVF nooit bestaan. Jammer genoeg had Bloemers een paar jaar daarvoor bij schaatsen een blessure opgelopen aan zijn knie. Dat is nooit goed is hersteld. Daardoor kon hij alleen op doel staan en eigenlijk was ook dat voor hem te veel. Daardoor mocht hij van de KNVB niet meer keepen, toen WVF voor het eerst meedeed aan de officiële competitie.’

De uitslagen volgen
Eikenaar heeft het eerste jaar meegevoetbald. ‘Daarna mocht ik dat niet meer van mijn vader, want ik ging naar de MULO (het huidige VMBO-TL of MAVO, red.). Daar paste volgens mijn vader voetbal niet bij. Na de oorlog heb ik nog wel enkele jaren bij ZAC gevoetbald. Daar hadden ze destijds een Engelse trainer en dat lag me niet echt. Ik ben uiteindelijk overgestapt naar de atletiekafdeling van ZAC en ik heb nog jaren aan atletiek gedaan.’ Eikenaar, die nog met zijn vrouw in een twee-onder-één kapwoning in Wijhe woont, heeft jaren voor Destilleerderij Doyer & Van Deventer gewerkt vooral als inkoper van wijnen. In zijn laatste werkjaren heeft hij voor de destilleerderij een culinair blad opgezet, Wijn aan tafel. Hoewel Eikenaar nog zeker 25 jaar in Westenholte heeft gewoond, kwam hij zelden bij WVF. ‘Ook nu kom ik nooit meer bij WVF, omdat ik voor mijn vrouw moet zorgen. Maar ik volg de uitslagen nog wel!’



Oprichter Gerrit van Ittersum:

‘We vonden onszelf wel snelle jongens’




Het begon in de zomer van 1937 op het grasveld naast de openbare school in Westenholte. Gerrit van Ittersum 87 jaar, nog prima van geest en wonend in woonzorgcentrum De Driehoek in Zwolle-Zuid, weet het nog als de dag van gisteren.

Vijf jongens van 12 en 13 jaar, Hendrik Bloemers, Hans Visser, Dick Jans, Gerrit Eikenaar en Gerrit van Ittersum, vonden voetbal leuk en dachten: laten we een heuse voetbalclub oprichten. ‘Dat is inderdaad nogal wat, een voetbalclub oprichten, maar het kwam gewoon ter sprake op ons schoolplein. Het maakte het ook makkelijker dat naast onze school, de openbare school, een grasveld lag. Dat kon dienst doen als voetbalveld.’ Toen ook de Christelijke basisschool De Wiekslag in Westenholte kwam, waren er binnen een paar maanden genoeg jongens om een heus elftal op te stellen. Onder de naam Quick (‘we vonden onszelf wel snelle jongens’) ging dit elftal op zoek naar tegenstanders. ‘De eerste wedstrijd was tegen KHC uit Kampen. Die club bestond al twintig jaar en bestaat nu nog steeds’, weet Van Ittersum. ‘Volgens mij zijn ze met de trein naar Zwolle gekomen en gewoon afgezet bij Westenholte. Maar helaas verloren we die eerste wedstrijd met 3-5.’

Naam wijzigen
Quick sloot zich aan bij de KNVB en mocht ondanks de uitgebroken oorlog in 1940-1941 voor het eerst meedoen aan de competitie ‘Maar daarbij verlangde de KNVB wel dat we onze naam Quick wijzigden.’ Dat werd WVF, naar de buurtschappen Westenholte, Voorst en Frankhuis, met inmiddels een nieuw voetbalveld bij boer Jacobs, pal voor het huidige ontmoetingscentrum Het Anker ‘Ik kan me ook nog herinneren dat één van de medeoprichters en ook voorzitter, Hendrik-Jan Bloemers, helaas niet meer mee mocht doen. Hij had namelijk een stijf been en was daarom ook keeper. Maar dat kon bij de KNVB niet door de beugel.’ In de oorlogsjaren speelde WVF geen competitie, niet in de laatste plaats omdat heel wat spelers inmiddels al volwassen mannen waren geworden. Dat betekende in de oorlog dat velen werden opgeroepen om in Duitsland in de oorlogsindustrie te moeten werken. Zo ook Van Ittersum. ‘Ik moest naar Jessenitz in Mecklenburg. En hoe moeilijk het ook was, ook daar heb ik voetbalwedstrijden georganiseerd en gespeeld. We hadden de voetbalschoenen laten opsturen en zo konden we met een heel aantal Nederlanders regelmatig tegen Franse en later ook Italiaanse tewerkgestelden spelen.’

Mooiste herinneringen
Na de oorlog is Van Ittersum nog een kleine tien jaar secretaris geweest en nog jarenlang voetballend lid. ‘In die tijd zijn we opnieuw van veldlocatie gewisseld, nu naar Frankhuis. Dat was bij café De Jong aan de Frankhuisweg, dat jaren geleden is afgebrand. Maar dat was een ontzettend nat veld. Daarom was het goed dat begin jaren zestig we verhuisd zijn naar het Papaverveld.’ De gloriejaren heeft Van Ittersum allemaal meegemaakt. ‘Een paar kampioenschappen en nog veel meer, maar toch heb ik nog de mooiste herinneringen aan die eerste periode, op het veld bij boer Jacobs. Toen was het een echte dorpsclub, amicaal en niet massaal. Een club waar iedereen elkaar kent.’ Maar dat wil niet zeggen dat Van Ittersum niet meer op het nu veel drukkere sportpark De Weide Steen komt. ‘Ik ben er afgelopen seizoen nog geweest, bij de thuiswedstrijd tegen Be Quick, en dat zijn niet echt mijn vrienden. Dus je begrijpt dat ik stond te juichen, weliswaar in mijn rolstoel, toen we met 3-1 wonnen’, lacht Van Ittersum.



Oprichter Dick Jans woont nog steeds in Westenholte:

‘Omkleden deden we in de koeienstal’



Van de vijf oprichters van WVF was Dick Jans (86) in 1937 bij de oprichting van de club de jongste, nog net 11 jaar. En als jongste stelde hij zich bescheiden op, zelfs nu nog. Maar Jans was wel degelijk belangrijk, vooral bij de opbouw van de gebouwen en lichtmasten van het vroegere Papaverveld.

Dick Jans weet van de begintijd vooral nog dat het schrapen was om de financiën rond te krijgen. ‘2 cent per week contributie was natuurlijk niet genoeg om bijvoorbeeld doelen voor elkaar te krijgen, dus die hebben we via-via weten te regelen. En ik weet nog heel goed dat we bij de terreinman van ZAC, destijds nog aan de Wilhelminastraat, voor 1 gulden een bal konden overnemen. Ik zie ons nog die bal ophalen, een echt leren bal met een bijzondere lipsluiting voor het ventiel.’ En ook de accommodaties – of beter gezegd – het gebrek eraan weet hij nog goed te herinneren. ‘Omkleden deden wij, maar ook onze tegenstanders, in de koeienstallen bij Van Vilsteren. Dat kunnen jongeren van nu zich amper voorstellen, maar toen deed je dat gewoon.’ Ook weet hij nog van een opmerkelijk artikel in het oprichtingsreglement van 1937. ‘Kijk, het staat nog in het boek van het 60-jarig jubileum. Artikel 9: leden moeten tussen de 10 en 14 jaar oud zijn. Bijzonder hč!’

Bescheiden
Over zowel zijn bestuurlijke activiteiten in het begin als zijn voetbalkwaliteiten is Dick Jans bescheiden. ‘Ik was niet zo heel belangrijk; Hendrik Jan Bloemers was samen met Gerrit van Ittersum de grote animator. En als voetballer heb ik wel het eerste gehaald, maar vooral in lagere elftallen gespeeld. Ik stond altijd op het middenveld, binnenspeler was ik. Mooie plek, want ik was vaak aan de bal.’ Echt enthousiast wordt Jans pas als hij het heeft over zijn vijf jaar oudere broer Jan, die ook op een van de eerste elftalfoto’s uit 1939 staat. ‘Jan was een stevige back, die vaak met een hele aparte beweging de ballen wist te ontfutselen van zijn tegenstanders.’ Dick Jans gaat direct staan en doet het nog eens voor. ‘Kijk zo, door zijn rechterbeen achter het linkerstandbeen te halen rekende de tegenstander niet meer op een actie van Jan en wist hij de bal af te pakken.”

Jans heeft na de oorlog bijna 4 jaar lang in het leger gezeten, waaronder ook 3 jaar in Nederlands-Indië. Daarna heeft hij werk gekregen bij de Nederlandse Spoorwegen in Amersfoort. Pas later in de jaren vijftig kwam hij terug in Zwolle, in Schelle ging hij wonen. ‘Maar ik ging natuurlijk weer voetballen bij WVF en heb gevoetbald tot mijn 42e.’ Hij was vooral sterk betrokken bij de opbouw van de gebouwen en de lichtmasten rondom het Papaverveld, waarin begin jaren zestig WVF zijn eigen veld en kleedkamers kreeg. ‘Ik had vroeger de ambachtsschool gedaan en was opgeleid als elektricien en stratenmaker. Dat was allebei heel handig bij de opbouw van het Papaverveld. Zo heb ik de elektrische installatie aangelegd van de gebouwen en wel zo dat we zo min mogelijk vastrecht betaalden aan de elektriciteitsmaatschappij. Dat ging nog wel eens mis als er meer elektriciteit werd afgenomen van onze installatie bij bijvoorbeeld Oranjefeesten. Dan sprong de zekering nog wel eens.’ De lichtmasten heeft Jans samen met een heel aantal mannen persoonlijk omhoog getrokken en verankerd in de grond. ‘De 1000W-lampen voor de 11 masten had ik destijds weten te regelen bij Janssen. Ook voor de masten op het sportpark de Weide Steen heb ik die nog geregeld.’

Dick Jans is ondanks een beroerte aan de hersenstam zeven jaar geleden nog steeds behoorlijk vief en goed ter been, al loopt hij niet meer zijn dagelijkse rondje Westenholte. Hij woont nog steeds in Westenholte in zijn eigen huisje, al hoopt hij dat in aanmerking te komen voor het nieuwe woonzorgcomplex van Driezorg aan de Voorsterweg. En Jans is ook niet meer te vinden bij WVF op de Weide Steen. ‘Dat is niet omdat ik geen aanhanger van WVF ben, maar ik vind het kijken naar voetbal niet leuk. Ook toen ik nog voetbalde keek ik al niet vaak naar het eerste. Mijn beide buurmannen gingen tot voor kort nog iedere zaterdag naar WVF, maar voetbalden zelf dan weer niet.’